![]() |
|
|||||
|
|
||||||
Korte samenvattingDe houdbaarheid van de pensioenstelselsDe modernisering van onze pensioensystemenDe wettelijke pensioenenDe aanvullende pensioenenDe ouderen in onze samenleving
|
De wettelijke pensioenenDe stimulansen om de ingang van het pensioen uit te stellen De stimulansen om de ingang van het pensioen uit te stellenDe bedoeling van deze maatregel bestaat erin de werknemers ertoe aan te zetten om hun loopbaan voort te zetten, door hen bijkomende rechten toe te kennen. Voor de werknemers en voor de zelfstandigen werd de maatregel genomen in het kader van het Generatiepact (2005). Voor de overheidssector werd de leeftijdstoeslag al ingevoerd door de wet van 12 augustus 2000. In de reglementering die voor de werknemers en de zelfstandigen geldt, is de pensioenbonus slechts van toepassing vanaf de leeftijd van 62 jaar of na een loopbaan van 44 jaar. In de overheidssector is de leeftijdstoeslag van toepassing vanaf 60 jaar. In de privésector (werknemers en zelfstandigen) zijn de pensioenbonussen vaste bedragen [2 EUR, geïndexeerd, per effectief gewerkte dag voor werknemers, 156 EUR per kwartaal (indexcijfer van januari 2007)] voor de zelfstandigen. In de overheidssector zijn de leeftijdstoeslagen percentages (1,5 %, cumulatief, van 60 tot 61 jaar en 2 %, cumulatief, van 62 tot 65 jaar). In de overheidssector gaat het om een definitieve maatregel die toepasbaar is op diensten gepresteerd tussen 60 en 65 jaar. In de privésector gaat het om een tijdelijke maatregel (tussen 01.01.2007 en 01.12.2012). In de overheidssector blijkt uit een vergelijking tussen 2001 (datum van inwerkingtreding van de toeslag) en 2008 dat de gemiddelde pensioenleeftijd (± 61 jaar) niet opzienbarend is veranderd, ondanks het feit dat de verhoging voor een personeelslid uit de overheidssector dat tot de leeftijd van 65 jaar blijft werken, 9 % kan bedragen. In de privésector, waar de maatregel recenter is, kunnen we niet voldoende afstand nemen om een beoordeling te maken van het gedrag van de betrokken personen. Uit een eerste onderzoek, dat door de RVP werd gevoerd, blijkt duidelijk dat de bonus bij de werknemers nauwelijks enige bekendheid geniet. Toegelaten arbeidEen activiteit die wordt verricht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut, in de hoedanigheid van zelfstandige of helper, bij een OCMW, in een openbare instelling, in een instelling van openbaar nut of bij een vereniging van gemeenten die de inkomsten beheert in de zin van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, kan worden gecombineerd met een rust- of overlevingspensioen op voorwaarde dat :
De bedragen voor de beroepsactiviteit variëren naargelang :
Het onderhavige tussentijds rapport beschrijft in Titel II de reglementering die voor elke regeling van toepassing is, de controle op de door de gerechtigden uitgeoefende activiteit en de sancties wanneer de toegestane limieten worden overschreden. Het baseert zich op de beschikbare statistische gegevens, met name over de evaluatie van het aantal gepensioneerden in kwestie. De bedragen voor de toegestane beroepsactiviteit zijn sinds 2004 niet meer aangepast, wanneer het gaat om een beroepsactiviteit die vóór de wettelijke pensioenleeftijd wordt uitgeoefend. Voor wie de wettelijke pensioenleeftijd reeds heeft bereikt, en voor de gerechtigden op een overlevingspensioen nadat ze 65 zijn geworden, werden de bedragen in 2006, 2007 en 2008 substantieel verhoogd. De drempeleffecten op het vlak van pensioenenDe verhoging van een vervangingsinkomen of bijstandsuitkering levert niet noodzakelijk de verwachte effecten op :
Het drempeleffect zal op het vlak van pensioenen voelbaar zijn op het niveau van :
Informatieverstrekking aan (toekomstige) gepensioneerden in alle regelingenNet als de andere socialezekerheidsinstellingen moeten de pensioeninstellingen op In het verleden was deze informatieverstrekking over pensioen vooral bedoeld voor Om deze informatieverstrekking intake pensioenen naar de burgers toe naar behoren Deze samenwerking komt concreet tot uiting in vijf informatiewerkmiddelen. Zo kan
Het onderhavige tussentijds rapport beschrijft de huidige situatie in dit verband, Sommige vragen krijgen geen antwoord, bijvoorbeeld als het gaat over de
|
|
||||
|
|
||||||

